Bij de reling boven de golven van de Noordzee staan en het spektakel van het poollicht aanschouwen. Die droom heeft de 65-jarige Waltraud T. waargemaakt. “Ik heb altijd al zelf het noorderlicht willen zien, niet alleen op foto’s”, aldus de Hamburgse. “Het is voor mij iets ongelooflijk moois, een symbool van grote afstand en vrijheid. Een wonder dat je een keer in je leven gezien moet hebben.” Waltrauds ogen beginnen weer te schitteren als ze over haar reis naar het poollicht vertelt.
“Jarenlang heb ik de reis keer op keer uitgesteld. De kinderen, het werk, het kwam nooit goed uit. Maar toen kwam de dag dat mijn man Wolfgang zei: “En nu gaan we ervoor.” Vanaf dat moment werd bij mij de voorpret met de dag groter.”

In de lente en zomer staat de middernachtzon boven de Noordpool en is de lucht te licht voor het noorderlicht. Waltraud boekte daarom voor oktober een 12-daagse reis met het Noorse cruiseschip van Bergen naar Kirkenes op de Noordkaap, langs fjorden en rotsachtige eilanden.
“In Bergen kwamen we aan op de luchthaven in zware regen en ik was bang dat de wolken de hele reis bij ons zouden blijven”, vertelt Waltraud. “Maar op de tweede dag kwam de zon door en kreeg je het aangenaam warm op het dek. Ons schip kwam langs bosrijke fjordenlandschappen met bomen in prachtige herfstkleuren. En op de bergtoppen lag verse sneeuw.”

Het schip heette MS Polarlys, het Noorse woord voor ’poollicht’. Het had 500 bedden, maar was niet zo’n enorm cruiseschip waarop je kunt verdwalen. Het had nog van die echte ontdekkingsreizigercharme. Qua comfort ontbrak het aan niets, want er waren drie restaurants, een bar, fitnessruimtes en een sauna. Waltraud genoot van de lezingen aan boord door het expeditieteam over de natuur, de dieren en de cultuur van de fjorden.
“In de Geirangerfjord bulderden watervallen honderden meters naar beneden naar het wateroppervlak. Het schip deed ook Trondheim aan, met haar kleurrijke houten huizen en de gotische kathedraal. En we zagen walvissen die in de Atlantische Oceaan zwommen. Ze kwamen in de buurt van het schip. Door Wolfgangs verrekijker zag ik heel goed hun blaasfonteinen en hoe ze met hun grote staartvinnen op de golven slaan. Bultruggen, zei de kapitein.”

Op de vierde dag op zee passeerde de MS Polarlys de poolcirkel op 66 graden, 33 minuten noord. En wie nog nooit zo ver naar het noorden had gereisd, zoals Waltraud en Wolfgang, kwam aan dek om te gaan genieten van het poollicht. Toen werd het avond.
“De nacht was koud en de lucht helder en eindelijk zag ik de poollichten. Eerst waren ze vaag en subtiel, maar al snel bewogen ze intens en helder tegen de hemel: groen, blauw, rood. Ze zweefden als kleurrijke gordijnen in de wind. Ik was overweldigd. Met dat gevoel stond ik op het dek. Het was een prachtig ballet aan de hemel, zo mooi. Op het water van de oceaan werd het spektakel weerspiegeld. Ik weet niet hoe lang ik keek, maar uiteindelijk gingen we terug naar binnen. Ik voelde me zo gelukkig. Maar het mooiste was dat mijn man vroeg: “En? Heb je nu genoeg gezien?” “Eigenlijk nog niet”, lachte ik. “Dat komt goed uit”, zei hij, “want we zitten nog acht dagen op dit schip.””




